Cliffhanger uit de bundel: Voorlezen van de Bibliotheek

Kwaliteit zonnepanelen verbeterd
26 augustus 2015
Mijn Feestje
31 augustus 2015

Onderstaand verhaal (van 1500 woorden) is opgenomen in een bundel korte verhalen uitgegeven door de bibliotheken in Zuid-Holland (december 2013). Het thema luidde: ‘Voorlezen’. Met dit verhaal won ik een derde prijs.
Ik deel het nu graag met jullie via mijn website. Onder het verhaal tref je het juryrapport aan. Ik wens jullie veel plezier met ‘Cliffhanger’.

CLIFFHANGER
‘Sven sluipt op zijn tenen de trap af. Stel je voor dat papa of mama hem hoort. Hij slaat de derde tree van boven over, want die kraakt altijd. Dan voelt hij ineens iets zachts langs zijn benen. Net als hij het uit wil gillen van schrik…’
Afwezig sla ik de bladzijde om, leg de bladwijzer er tussen en klap resoluut het boek dicht.
‘Zo en dan nu lekker gaan slapen,’ zeg ik tegen Danny, terwijl ik hem een kus op zijn voorhoofd druk.
‘Maar pap,’ protesteert hij. ‘Hoe kun je dat nou doen? Het is juist zo spannend.’
‘Weet je niet hoe laat het al is?’
Natuurlijk ben ik me er bewust van dat dit een smoesje is en dat ik me er op deze manier wel erg gemakkelijk vanaf maak.
‘Ah, pap, het is net zo laat als altijd. Ik vind het flauw, nu weet ik nog niet hoe het afloopt’, probeert Danny nog.
Het is kinderachtig, ik weet het, maar toch laat ik me niet door hem overhalen. Ik kom net thuis van een drukke, vervelende dag op kantoor en ik moet zelfs nog eten. Nee, ik heb nu wel wat anders aan mijn hoofd.
‘Nee, Danny, niet zeuren meer. Morgen lezen we het vervolg.’ Wat ongeduldig stop ik hem in, loop zijn kamer uit en sluit demonstratief de deur achter me.

Ik slof naar beneden en voel me toch wel wat schuldig. Dit is immers ons vader-zoon-ritueel. Elke avond zorgt Sylvia ervoor dat ons achtjarige zoontje in zijn pyjama zit en elke avond breng ik hem naar bed. Eerst nemen we dan samen de dag door en daarna lees ik hem nog een stukje voor uit een spannend boek. Hoe druk ik het ook heb, ik zorg ervoor dat ik dit niet hoef te missen. Ik weet niet wie er meer van geniet, hij of ik.
Maar op dit moment voel ik me net mijn eigen vader. Mijn vader had nooit tijd voor ons en ik kan me niet heugen dat hij ons ooit voorlas.
In één rechte lijn loop ik naar de magnetron en even later laat ik me met mijn bord zakken op de bank.
‘Wat ben je snel beneden,’ zegt Sylvia.
Ik zucht diep en wat geïrriteerd.
‘Gaat het wel met je?’ vraagt ze even later bezorgd, als ze ziet dat ik lusteloos in mijn eten roer.
‘Ja, wat zou er moeten zijn?’ antwoord ik haar kortaf.
Ze trekt haar wenkbrauwen op en staat op van haar plek. Even later hoor ik haar de trap op lopen.

Ik eet mijn bord leeg, maar het smaakt me niet echt. Het zit me helemaal niet lekker. Het feit dat ik zo weinig aandacht had voor Danny en nu ook nog mijn vrouw afsnauw, heeft een diepere oorzaak. Vanmiddag werd ik op het matje geroepen bij de directeur. Waarschijnlijk door een grove nalatigheid van één van de personeelsleden op mijn afdeling is een belangrijke order aan de neus van ons bedrijf voorbij gegaan. Of ik maar even wil uitzoeken hoe dat kon gebeuren en wie hiervoor verantwoordelijk is.
Met een zucht breng ik mijn bord naar de keuken en doe een nieuwe cup in het espressoapparaat. Alsof ik dat zomaar boven water kan krijgen. Daar gaan vele uren inzitten en waar moet ik de tijd vandaan halen? Elke dag werk ik al mínstens tien uur. Maar voordat ik kon protesteren, had daar al het ultimatum van mijn baas geklonken: ‘Voor morgenavond moet ik het weten, De Groot.’
Ik druk op de knop van het apparaat en snuif de pittige geur op. Sylvia loopt de keuken in. ‘O lekker, zet je voor mij ook een kopje?’

‘Hoe was het met Danny?’ vraag ik haar even later als we samen de koffie drinken.
Ze glimlacht. ‘Hij was al diep in slaap, terwijl zijn bedlampje nog brandde. Zijn boek lag nog op zijn kussen.’
‘Onze voorleessessie eindigde wel wat abrupt, denk ik,’ geef ik schoorvoetend toe.
‘Dat is niets voor jou.’
Ik schud mijn hoofd. ‘Je hebt gelijk, maar ik heb het ook zo druk.’
‘Dat heb je wel vaker, maar jullie voorleeskwartiertje laat je nooit schieten.’ Ze kijkt me liefdevol aan.
‘Er zijn problemen op de zaak,’ biecht ik haar uiteindelijk eerlijk op. ‘Ik denk dat ik de wekker straks extra vroeg zet, dan heb ik morgenochtend meer tijd om wat zaken op een rijtje te zitten.’
‘Misschien is het beter als je dan nu direct je bed in duikt,’ adviseert ze.
Ik knik en geef haar een kus. ‘Dat is een goed plan. Het spijt me, schat, dat ik zo vervelend tegen je deed. Morgen maak ik het goed met jullie allebei. Welterusten.’
Ik aarzel nog even bij de slaapkamer van Danny. Dan open ik zacht de deur. Vertederd kijk ik naar het grote bed. Danny is in diepe rust. Voorzichtig trek ik zijn dekbed recht, aai hem over zijn bruine krullenbol en fluister: ‘Welterusten mannetje, morgen lezen we een extra lang stuk.’

Als om vijf uur de wekker gaat, schakel ik het alarm uit en draai me nog even om. Het is wel erg vroeg en mijn bed is zo lekker warm… Nog even…
Eén blik echter op mijn wekker doet me beseffen dat het alweer een uur geleden was, dat hij afliep. Een kwartiertje later sta ik bij mijn auto. Met de Franse slag schrap ik het gemene ijslaagje van mijn voorruit. Het is veel later dan ik had gepland. Ik trap het gaspedaal flink in, alsof ik mijn fout daarmee nog goed kan maken. Intussen luister ik naar een berichtje op mijn voicemail en haal een boterham uit mijn broodtrommel.
Een vroege fietser, zonder licht, verschijnt plotseling in het schijnsel van mijn koplampen. Het gaat maar net goed. Al foeterend en toeterend vervolg ik mijn weg. Op de snelweg staat het verkeer muurvast. Dit keer heb ik minder geluk. Ik rem nog, maar het is al te laat.
Dan is er alleen maar stilte. Stilte en duisternis.

Van heel ver weg dringt er licht binnen. Het diepe zwart verandert langzaam in grijs. Mijn hoofd gonst. Het zwart neemt weer de overhand.
Zo gaat het een paar keer.
Waarom is het eigenlijk zo donker? Ik probeer met mijn ogen te knipperen. Het zwart loopt weer over in grijs en zelfs in lichtgrijs. Maar mijn hoofd bonkt zo. Wat is er toch aan de hand? Waar ben ik? Zwart.

Zwart, grijs, lichtgrijs. Waar ben ik?
Ik kan me vaag herinneren dat ik mijn bed uitstapte. Maar het lijkt wel of ik nu weer in een bed lig. Mijn hoofd doet almaar zo’n pijn. Zwart.

Nu hoor ik geluid. Ik knipper weer met mijn ogen. Ja, ik hoor geluid. Stemmen. Heel ver weg hoor ik stemmen. Zwart.
Alleen maar zwart.
Ik hoor een naam. Sven. Het komt me vaag bekend voor. Sven… Sven…
Het is niet mijn zoontje, weet ik ineens, mijn zoontje heet Danny. Wie is dan Sven?
Ik luister nog eens goed. Het is een bekende stem. Het is wel de stém van Danny, realiseer ik mij.
Waarom is het zo donker? Ik probeer mijn ogen te openen. Lichtgrijs…
Een zee van licht komt me tegemoet.
‘Ja, papa!’ klinkt onmiskenbaar de stem van Danny.
‘Hé, pap, kun je me horen?’ vraagt hij nu. Een donkere krullenbol buigt zich over me heen. Ik voel een zachte hand langs mijn wang. Ik knik en mompel: ‘Ha, Dan.’
Sylvia staat ook bij me. Ik lijk via haar ogen in haar ziel te kunnen kijken.
‘Wil je ons nooit meer zo laten schrikken?’ vraagt ze schor.
Ik probeer geruststellend naar haar te lachen, maar voel me direct daarna wegzakken in het zwarte duister.

Weer schrik ik op door de stem van Danny.
‘Zie je wel, mam, ik zei het toch, hij heeft mij wel gehoord. Ik ga het nog eens proberen.’
Ik hoor een voorwerp schuiven over de vloer en luister gespannen naar wat gaat komen.

‘Sven sluipt op zijn tenen de trap af. Stel je voor dat papa of mama hem hoort. Hij slaat de derde tree van boven over, want die kraakt altijd.’

Wie is toch die Sven? Sven…
Ik probeer het zwart voor mijn ogen weer te verdrijven door te knipperen. De muren weerkaatsen plagend het wit in mijn ogen. Verdwaasd en wat verbaasd kijk ik om me heen. Ik herken de omgeving niet. Al dat wit.
Maar het is dat wit dat mij ineens doet beseffen waar ik ben.
Dan zie ik Danny zitten, op een kruk naast mijn bed. Hij heeft een boek in zijn hand en spant zich zichtbaar in om zo goed mogelijk te lezen.
Sylvia staat naast hem, een hand op zijn schouder. Ik vang haar blik. Ze lacht naar mij. Danny kijkt even op, maar laat zich niet lang afleiden.

‘Dan voelt hij ineens iets zachts langs zijn benen. Net als hij het uit wil gillen van schrik…’
‘Hier waren we gebleven, pap, precies bij dit spannende gedeelte,’ lacht Danny plotsklaps naar mij. ‘We zouden vandaag toch verder lezen?’


Juryrapport: Een spannend verhaal over een vader die zijn zoon ’s avonds voorleest maar het verhaal niet afmaakt en de volgende dag een ongeluk krijgt. De jury vindt het verhaal echt goed geschreven en makkelijk leesbaar. Knap hoeveel deze schrijfster ogenschijnlijk moeiteloos laat gebeuren in een paar A4. Dat getuigt van schrijftalent. Mooi opgebouwd met een goede kop en staart. Ook een duidelijke boodschap én een verrassende wending. Alleen de setting is niet zo origineel tussen de vele inzendingen over mensen die in coma liggen en worden voorgelezen.

Vind je dit leuk... deel dit
Share on Facebook
Facebook
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.