Jij bent mijn Valentijn
13 februari 2018
Mens, erger je niet!
23 februari 2018

Een kort verhaal uit de bundel ‘Verliefd, verloofd, vermoord…’

Wat kan het leven goed zijn, denkt Eva, terwijl ze op het terras zit van het hotel aan de Côte d’Azur. Een mild zonnetje streelt haar huid. Rogier, de hotelbediende, serveert een ontbijtje: twee croissantjes en een kopje koffie gedecoreerd met een rode roos.
‘Eet smakelijk,’ wenst hij haar in haar moedertaal. ‘Dat had je zeker niet verwacht?’ vervolgt hij, als hij haar verbaasde gezicht ziet. ‘Mijn moeder is Nederlandse, vandaar.’
Ze ziet zijn blik afdwalen naar haar hand. De ring aan haar vinger schittert in het zonlicht. Ze moet er zelf ook nog aan wennen. Als hij merkt dat zij zijn blik vangt, complimenteert hij snel. ‘U straalt net zoals die prachtige ring aan uw hand, mademoiselle.’ Zijn stem lijkt wel een octaaf hoger te klinken dan normaal. Ach, ze zal het zich wel verbeeld hebben, zijn glimlach is warm en gemeend.
Daar Vincent vanmorgen een afspraak had, heeft ze een krantje van de balie gepakt. Tussen twee happen door bladert ze er nonchalant doorheen. Ze houdt het bij ‘koppen snellen’; om de Franse artikelen nauwkeurig te spellen, moet ze zich teveel inspannen en daar heeft ze nu geen zin in. Totdat ze de foto ziet. Ze gaat wat rechterop zitten en kijkt nog eens.
Dat kan niet waar zijn, denkt ze onthutst.

Vier dagen is ze nu hier. Na een heftige periode, heeft ze, op advies van een vriendin, een vakantie geboekt in het Zuid-Franse Nice. Wie weet, had ze gedacht, doet het me inderdaad wel goed. Nu weet ze dat het de beste beslissing was die ze in tijden heeft genomen, misschien zelfs wel de beste beslissing van haar leven. In het vliegtuig kwam ze naast Vincent Bakker te zitten. Het klikte eigenlijk meteen, zelfs zo goed dat Vincent besloot een kamer te boeken in het hotel waar ook zij een kamer had. Vincent moest in Nice zijn voor zaken en had een ‘fly en drive’ geboekt, alleen een vlucht met een huurauto. Al aan het eind van de vlucht, had hij ondeugend gefluisterd dat hij haar leuk vond. Meer dan leuk. Dat hij haar graag beter wilde leren kennen.
‘Ik jou ook,’ had ze verlegen geantwoord.
Ze wist niet wat haar was overkomen. Wie had ooit kunnen denken dat uitgerekend zij, nuchtere Eva de Vries, hotel-de-botel verliefd zou worden op iemand die ze nog maar een paar uur geleden voor het eerst had ontmoet.
Samen met Vincent beleefden ze vier heerlijke dagen aan de Middellandse Zee. Af en toe moest Vincent er een paar uur tussenuit voor een afspraak, maar voor het overige waren ze onafscheidelijk. Gisterenavond, toen ze samen nog even buiten stonden en de heldere sterrenhemel bewonderden, had hij de ring ineens tevoorschijn getoverd en voorzichtig om haar linker ringvinger geschoven. Vragend had hij haar aangekeken.
‘Lieve Eva,’ had hij gezegd, ‘ik weet dat het snel is, maar ik wil je vragen mijn verloofde te zijn.’
Ze had even niet geweten hoe ze het had. Verliefd en nu al verloofd. Maar ze wist ook dat er niets was wat ze liever wilde.
‘Ja, Vincent, dat wil ik maar al te graag,’ had ze dan ook gefluisterd.
‘Deze horen ook nog bij de ring, maar bewaar ze voor thuis. Het zijn geen sieraden om in een vakantie te dragen.’ Voorzichtig had ze het doosje geopend, waarin een prachtige halsketting en een bijpassend paar oorbellen op het fluweel lagen te schitteren.
Ademloos had ze er naar gekeken. ‘Zoiets moois heb ik nog nooit gezien, laat staan gedragen.’
‘Bewaar het maar goed,’ had Vincent gezegd.

De foto’s in de krant plaatsen haar echter weer met beide benen in het hier en nu. Ze kijkt nog eens goed naar de eerste foto. Dat is ‘m, weet ze, dezelfde ring als aan haar hand. Er staan meerdere foto’s afgebeeld van allerlei sieraden. Nu ze goed kijkt, herkent ze ook de oorbellen en de halsketting. Vol overgave stort ze zich op de tekst onder de foto’s. De woorden die ze niet kent, zoekt ze op met behulp van de smartphone, die ze zichzelf vlak voor de vakantie cadeau heeft gedaan. Woord voor woord krabbelt ze de vertaling op een servetje en leest als ze klaar is:

Woensdag werd in Nice op klaarlichte dag een brute roofoverval gepleegd. Naast een paar honderd Euro werd ook een collectie zeer waardevolle en zeldzame sieraden meegenomen – zie foto’s. De politie neemt de zaak hoog op.

Ontzet laat ze het servetje zakken. Die roofoverval was eergisteren. Het heeft er alle schijn naar dat de prachtige verlovingsring en de overige sieraden die ze van Vincent heeft gekregen, afkomstig zijn uit die gestolen collectie. Haar hart lijkt een slag over te slaan.
Ongetwijfeld berust het allemaal op een misverstand, probeert ze zichzelf gerust te stellen. Er is maar één manier om daar achter te komen; ze moet Vincent zo snel mogelijk zien te spreken. Ze laat het ontbijt voor wat het is, pakt de krant en begeeft zich naar haar hotelkamer. ‘Wat een haast, Eva,’ roept Rogier attent. ‘Je vergeet je roos.’ Maar ze hoort hem niet eens.
Voordat ze het sieradendoosje uit haar koffer haalt, sluit ze voor alle zekerheid de kamerdeur af. Met trillende handen tilt ze het deksel van het doosje. Gelukkig liggen de oorbellen en ketting nog op het zachte fluweel. Ze pakt de krant erbij en vergelijkt nog eens. Het zijn de sieraden of in ieder geval lijken ze er sprekend op. Ze bekijkt het doosje eens goed. Het is geen nieuw doosje. Er zitten kleine beschadigingen aan, een detail dat haar gisteren niet was opgevallen. Twijfelend draait ze aan de ring, dan trekt ze hem met een beslist gebaar van haar vinger en legt hem naast de oorbellen op het fluweel. Hoewel ze er eerder nog aan moest wennen, voelt het nu vreemd kaal aan zonder ring. Vincent moet wel met een heel goede verklaring komen, wil ze de ring weer terug schuiven. Ze realiseert zich met een schok dat, als ze de ring niet meer wil, ze Vincent ook kwijt is. Er hangt dus nogal wat af van het gesprek met hem. Ze zoekt zijn nummer en belt hem direct. Helaas pakt hij de telefoon niet op en daarom spreekt ze zijn voicemail in.
Pas na een uur of twee staat Vincent voor de deur met een bos bloemen onder zijn arm.
‘Ha schat,’ klinkt het, terwijl hij haar in zijn armen sluit.
Maar Eva duwt hem van zich af. ‘Kom binnen,’ zegt ze koel.
‘Wat is dat nou, Eva? Ben je niet blij om mij te zien?’
‘Ga even zitten,’ zegt ze en ze wijst naar één van de fauteuils in de kamer. Als hij heeft plaatsgenomen, gooit ze de krant met de foto’s op zijn schoot.
‘Hier. Kun jij mij uitleggen hoe dit zit?’
Aandachtig bekijkt Vincent de krant. Even ziet ze iets van schrik in zijn ogen, maar hij corrigeert zich snel en trekt zijn gezicht in een wat gemaakt lachje. ‘Ik snap het al, jij denkt vast dat dit jouw sieraden zijn.’
‘Ja, en vind je het gek? Eergisteren zijn deze sieraden gestolen en een dag later schuif jij eenzelfde ring aan mijn vinger en doe je de rest van de set aan mij cadeau.’
‘Denk jij dat er maar één set bestaat? Hoe naïef kun je zijn! Ik geef toe het is een zeldzaam paar sieraden, maar zo zeldzaam nu ook weer niet,’ zegt hij en lacht zelfgenoegzaam.
Zijn arrogante gedrag doen alle stoppen bij Eva doorslaan.
‘Ja, lach jij maar. Maar ik eis van jou een verklaring en zo niet, dan ga ik direct naar de politie.’ Furieus kijkt ze op hem neer. ‘Dan horen we van hen of het allemaal wel zo toevallig is.’ Het lachje verdwijnt van zijn gezicht.
‘Eva, kom op,’ probeert hij. ‘Het zijn toch prachtige sieraden? Wat maakt jou het nou uit hoe ik er aan kom.’
Eva stampvoet van kwaadheid. ‘Denk je dat ik jouw ring nog met plezier draag als jij mij niet kunt vertellen waar je hem vandaan hebt? Dat vind ik pas naïef! Je behandelt me als een klein kind.’
‘Je zou jezelf nu eens moeten zien staan, je lijkt warempel wel echt een klein kind. Ik zal jou nog eens ergens blij mee maken.’ Hij wijst naar haar hand. ‘Waar is die ring trouwens?’
‘Wat denk je? Die heb ik natuurlijk direct afgedaan nadat ik het bericht in de krant zag staan,’ sneert ze. ‘Het ligt aan jouw verklaring of ik hem ooit nog weer aan mijn vinger schuif.’
‘Je doet maar. Ik heb geen zin om je een bon of ander bewijs te laten zien. Het gaat je niets aan wat ik voor de sieraden heb betaald.’
Eva maant zichzelf tot kalmte.
‘Oké,’ zegt ze uiteindelijk rustig. ‘Ik heb niet het idee dat je me serieus neemt. Ik denk dat het beter is dat wij onze relatie beëindigen.’
Witheet van woede staat hij op. De bos bloemen die hij nog in zijn handen hield, knakt hij in één beweging doormidden en gooit ze voor haar voeten. Dan beent hij naar de deur. ‘Als jij me voor een dief verslijt, dan lijkt me dat de beste oplossing.’ Met een klap smijt hij de deur achter zich dicht.

‘Hoofdstuk gesloten,’ zegt Eva hardop en ploft neer op haar bed. Ze voelt zich doodmoe en zou het liefst een potje gaan huilen, maar ze weet dat ze nu adequaat moet handelen. Of ik ga naar de politie, of ik ga zelf op onderzoek uit, denkt ze. De keuze is niet moeilijk. Ze haat Vincent om wat hij haar heeft aangedaan, maar iets zegt haar hem nog een kans te geven. Dus zal ze zelf op onderzoek uit moeten. Op haar nachtkastje ligt het kaartje van de zakenpartner van Vincent.
‘Je mag Toine gerust bellen. Ik vind het een fijn gevoel dat je hier, in geval van nood, altijd iemand kunt bereiken,’ had Vincent zorgzaam gezegd.
Ze lacht wrang. Dat moet ze dan nu maar doen. Ze moet toch ergens beginnen. Wie weet komt ze via die Toine Versteeg wel meer te weten. Onder zijn telefoonnummer staat ook zijn adres in Nice vermeld. Ze belt naar de balie en laat Rogier een taxi bestellen. Dan bedenkt ze zich dat Vincent in zijn drift het sieradendoosje niet heeft meegenomen. Dat komt nu goed van pas. Ze pakt het en stopt het in haar tas.

Het is al donker als ze terugkeert bij het hotel. In de bar branden de lichten nog. Ze ziet Vincent aan de bar zitten. Rogier zet net een nieuw glas voor hem neer. Als Vincent haar ziet, heft hij het glas op en roept met dubbele tong: ‘Op het vrijgezelle leven!’ Hij lacht schamper en hard. Ze huivert en loopt snel door naar haar kamer.
Ze draait de kraan van het bad open en even later laat ze zich koesteren door het warme water. Toch kan ze zich niet helemaal ontspannen; als vanzelf passeren de gebeurtenissen van de afgelopen uren de revue.
In de taxi had ze snel de ring aan haar vinger geschoven en de oorbellen in haar oren gestoken. Nadat ze zich had voorgesteld als de verloofde van Vincent, werd ze allerhartelijkst door Toine Versteeg ontvangen in zijn prachtige optrek. De zaken waren hem als Nederlander in Frankrijk klaarblijkelijk voor de wind gegaan. Galant had hij haar linkerhand gepakt, er een kus opgedrukt en de ring bewonderd.
‘Vincent heeft wel smaak,’ had hij dubbelzinnig opgemerkt. Verder had hij niets over de ring of oorbellen gezegd. Maar wat had ze dan verwacht? Dat hij zijn hart zou uitstorten? Dat hij zou opbiechten dat hij van de diefstal van de sieraden afwist of misschien wel medeplichtig was? En dat zij dan een kant-en-klare dader kon uitleveren aan de politie?
Natuurlijk had zij zelf ook niet het onderwerp ter sprake gebracht. Ze had gedaan alsof ze langskwam om nader kennis te maken met de zakenpartner van Vincent. Hij moest eens weten dat ze vlak daarvoor de verloving had verbroken.
Ze zucht eens. Op deze manier komt ze niet veel verder met het onderzoek. Haar hoofd bonst van vermoeidheid en spanning. Als ze zich afgedroogd heeft, neemt ze een aspirine en gaat direct naar bed. Ze neemt zich voor om morgenochtend alsnog naar de politie te stappen.

Vroeg schrikt ze wakker door hard bonzen op haar deur. Vlug springt ze uit bed om de deur te openen. Het is Rogier.
‘Monsieur Vincent,’ roept hij met overslaande stem.
‘Wat is er met Vincent?’ vraagt ze gealarmeerd.
‘Toen ik hem vanmorgen zijn ontbijt op zijn kamer ging brengen, lag hij op de vloer van de badkamer. Dood.’
Hij maakt een grapje, flitst het even door Eva heen. Maar als ze naar Rogier kijkt, weet ze dat het menens is.
‘Nee,’ roept ze uit. ‘Dat kan niet. Gisterenavond zat hij nog bij jou aan de bar.’
Rogier haalt zijn schouders op. ‘Ik heb de politie al gebeld. Zij kunnen ons straks vast meer vertellen.’
‘Vincent Bakker is inderdaad vannacht overleden,’ bevestigt rechercheur Maunier even later in het Engels. Hij kijkt hen indringend aan. ‘Waarschijnlijk was het geen natuurlijke doodsoorzaak.’
Hij richt zich tot Eva. ‘En u bent?’ vraagt hij haar.
Razendsnel gaan haar gedachten. Als ze nu opbiecht dat ze de ex-verloofde is van Vincent, dan zou dat haar verdacht maken.
‘Eva de Vries, een vakantievriendin van Vincent Bakker,’ stelt ze zich voor. Bibberig van alle emotie laat ze zich vallen op een stoel. De tranen stromen over haar wangen.
Vincent had, ondanks alles, mijn hart gestolen. Dat was een heerlijk gevoel, denkt ze bitter. Nu weet ik ook hoe het voelt als je hart gebroken is.
Als de rechercheur vertrokken is, komt Rogier bij haar zitten.
‘Gaat het een beetje?’ vraagt hij. Hij staat op om een glas water te halen.
‘Ga lekker even ontspannen bij het zwembad of zo, ik moet weer aan het werk. Ook als er een moord gepleegd is, moet alles hier gewoon doorgaan. Vanmiddag ben ik vrij.’

‘Dat was een slimme zet van je om niet aan Maunier te vertellen dat je verloofd was met Vincent,’ zegt Rogier die middag als hij haar in haar kamer opzoekt.
Eva kijkt hem geschrokken aan. ‘Hoe wist jij dat?’
‘Ik heb mijn ogen ook niet in mijn zak,’ zegt hij. ‘Je straalde en je ring ook. Eén en één is twee.’
‘Ik zit echt in de puree en ik heb hier helemaal niets mee te maken.’ Ze moet moeite doen om niet weer in tranen uit te barsten.
‘Maar ik weet nog meer. Jij hebt jullie verloving verbroken. Vincent heeft gisteren aan de bar met zijn dronken kop alles aan mij opgebiecht.’ Als hij ziet hoe geschokt Eva naar hem kijkt, benadrukt hij nog eens: ‘Echt alles. De verbroken verloving, de sieraden die hij gestolen had en die jij, tot zijn frustratie, nog niet had teruggegeven. Jouw dreigement om naar de politie te stappen.’ Hij kijkt haar doordringend aan. ‘Heb je dat trouwens nog gedaan?’
Eva trekt wit weg. ‘Nee,’ antwoordt ze wanhopig. ‘Dat wilde ik juist vandaag gaan doen.’
‘Je hebt jezelf erg ongeloofwaardig gemaakt. Als je nu alles opbiecht bij de politie, krijg je hoogstwaarschijnlijk naast de diefstal ook nog een moord in je schoenen geschoven,’ meent Rogier. ‘Want hoe verklaar je dat jij binnen no-time was verloofd met Vincent en dat de verloving nog sneller weer was verbroken? Hoe ga jij verklaren dat jij een set gestolen sieraden verborgen houdt, waaronder je verlovingsring? Hoe verklaar je je bezoek aan de zakenpartner van Vincent, die Toine Versteeg? Ja, ik heb het adres via de taxichauffeur kunnen achterhalen. Echt Eva, je zit dik in de puree.’
Weer gonst Eva’s hoofd. Het lijkt wel een nachtmerrie waar ze in beland is. Ze knippert eens met haar ogen, maar ze wordt niet wakker. Ze zit gewoon hier in de hotelkamer met Rogier tegenover haar.
‘Jij gelooft me toch wel, Rogier?’ vraagt ze timide.
Hij knielt bij haar neer en knikt. ‘Maar daar heb je niets aan. Reken maar dat we allebei door de mangel gehaald gaan worden door de recherche. Jij als ‘vakantievriendin’ van Vincent en ik als degene die hem het laatst gesproken heeft. Er is maar één oplossing. Als je doet wat ik zeg, zal ik je niet verraden.’
Eva knikt gespannen.
‘Jij moet met geen woord reppen over de sieraden. De recherche heeft geen enkele verdenking in die richting. Breng ook jullie verloving niet ter sprake, Vincent was gewoon een vage vakantievriend.’
Eva krijgt een wee gevoel in haar buik. Rogier kijkt zo intimiderend. Ze huivert, maar ze weet dat ze geen keus heeft.
‘Over vier dagen vertrek jij naar Nederland, toch?’
Eva knikt. Was het maar zover, denkt ze. Wat verlangt ze naar huis en wat verlangt ze er naar om alles hier achter zich te laten.
‘Mooi, ik heb ook een ticket weten te bemachtigen voor dezelfde vlucht. We vertrekken samen naar Nederland. Deze toestanden zijn dan hopelijk voorbij. Jij neemt de sieraden mee in je koffer en thuisgekomen delen we de buit. Jij moet me onderdak verlenen. Wie weet groeit er nog iets moois tussen ons,’ hij glimlacht fijntjes.
Ik zit in de val, denkt Eva, ik kan geen kant meer op. Ze knikt mat.
‘Wie zou Vincent toch vermoord kunnen hebben?’ vraagt Eva, om van onderwerp te veranderen.
‘Ga daar je hoofd niet over breken, dat was hij echt niet waard,’ antwoordt hij. ‘Hij heeft jou alleen maar uitgekozen als zijn verloofde om de sieraden het land uit te smokkelen.’
Verward kijkt ze hem aan. ‘Wát zeg je?’
‘Hij had jou in het vliegtuig al op het oog voor dit doel, vertelde hij me ook gisteren. Hij vond je de geschiktste kandidaat. Het artikel met de foto’s in de krant, dwarsboomden zijn plannen danig.’
Eva weet niet meer hoe ze het heeft. Ze hapt naar adem.
‘Dat hij een kraak gezet heeft is één ding,’ zegt Rogier en lijkt oprecht verdrietig. ‘Maar dat hij jou voor zijn karretje wilde spannen…’ Hij zucht en lijkt plots mijlenver weg met zijn gedachten.
‘Weet je, Eva, toen ik jou zag, wist ik: dit is het meisje van mijn dromen. Zo onopvallend mogelijk probeerde ik je het hof te maken met kleine attenties en een vriendelijk woord. Maar jij had alleen maar oog voor die Vincent. Toen Vincent gisteren zijn hart bij mij uitstortte, brak er iets in mij. Hij vroeg me, na zijn zoveelste glas, om nog een glas whisky. Ik liep naar achter, griste wat rattengif van de plank en heb er wat van in zijn glas gedaan. Toen jij langsliep, proostte hij nog naar je met dat bewuste glas. ’
‘Dus jij…’ Ontzet kijkt ze hem aan.
Hij knikt, weer helemaal bij de les. ‘Ik heb er geen moment spijt van. Jij bent mijn alles. Uiteindelijk heb ik het voor jou gedaan.’
Voor mij of voor de sieraden? denkt ze somber. Toch tovert ze een lachje tevoorschijn. Koste wat kost moet ze dit spelletje mee spelen.
‘Dus Eva, we hebben allebei iets op onze kerfstok. Als jij je mooie mondje dicht houdt, houd ik de mijne.’ Als om zijn uitspraak te bezegelen drukt hij zijn lippen ruw op die van haar. ‘Ik ga nu, we moeten niet teveel samen worden gesignaleerd. Ga maar vroeg slapen, morgen zul je je energie hard genoeg nodig hebben voor het verhoor.’

Slapen, denkt ze, hoe kan ik ooit slapen? En hoe kom ik hier zonder kleerscheuren vanaf?
Toch moet ze even ingedommeld zijn; ze wordt wakker door een hoop lawaai op de gang en een stevige klop op de deur.
‘Gaat het mevrouw De Vries?’ vraagt rechercheur Maunier. Eva schrikt en haalt doodongelukkig haar schouders op. Ook dat nog, denkt ze.
Maar tot haar verbazing knikt de rechercheur vriendelijk.
‘Rustig maar, alles is geregeld. We hebben Rogier gearresteerd voor de moord op Vincent Bakker. Gaat u even zitten, dan vertel ik u rustig wat er is gebeurd.’
Als Eva een beetje is bijgekomen van de schrik, vervolgt de rechercheur zijn verhaal. ‘We hebben alles wat Rogier met u probeerde te bekokstoven afgeluisterd.’
‘Afgeluisterd?’ vraagt Eva verbaasd.
‘Ja, we zijn getipt door ene Toine Versteeg. Hij vertelde dat u bij hem bent langs geweest en zich voorstelde als de verloofde van zijn zakenpartner Vincent Bakker. Vincent had Toine echter even daarvoor opgebiecht dat de verloving was verbroken. De ring aan uw hand en de oorbellen waren hem weldegelijk opgevallen net als de foto van de sieraden onlangs in de krant. Voor hem was het een optelsommetje. Hij vertrouwde de zaak niet en meldde het bij ons.
Toen wij hoorden dat Vincent Bakker vermoord was, besloten wij onder andere ter bescherming, afluisterapparatuur in uw kamer te bevestigen. Vandaar dat wij het hele gesprek tussen Rogier en u hebben gehoord.’

Is dit een droom? denkt ze. Ze knippert met haar ogen, maar ze wordt niet wakker. Ze zit hier echt in haar hotelkamer tegenover een vriendelijk glimlachende rechercheur Maunier. Morgen gaat ze naar huis. Voor haar voorlopig geen vakantie. Misschien wel nooit meer.

©irmamoekestorm 2013

Meer info over de bundel Verliefd, verloofd, vermoord… klik hier

Vind je dit leuk... deel dit
Share on Facebook
Facebook
6Share on Google+
Google+
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

1 Comment

  1. rene van heuveln schreef:

    Super goed verhaal .. kan je zo een film van maken 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.