Goud, die vissen

Gedichtendag ‘Muziek’
30 januari 2013
Harmonieuze Symfonie
31 januari 2013

Bijna twee jaar hebben we ze nu, Timmie en Blub.
Twee prachtige, knaloranje goudvissen. Onze enige huisdieren zijn het en ze geven fleur en kleur aan onze woonkamer. Regelmatig voel ik me aangestaard door vier grote vissenogen, die alles wat er in huis gebeurt, in de gaten schijnen te houden.

Het zijn de oogappeltjes van onze jongste. Hij had ze, tot zijn grote vreugde, de avond voor zijn verjaardag zelf mogen uitkiezen. Ik zie hem nog de volgende morgen, op zijn verjaardag, met kloppend hartje, de trap afrennen om te kijken of het geen droom was, die vissen die hij gekregen had. En nog hoor ik zijn onbedaarlijke snikken toen hij tot de ontdekking kwam dat er nog maar eentje in de kom rondzwom. Eerst was hij nog in de veronderstelling dat hij via de pomp was ontsnapt, net als Nemo, in de gelijknamige film. Maar algauw begreep hij dat dit bij deze pomp onmogelijk was.

Binnen no time stonden we met zijn allen te speuren naar de verdwenen vis. Hij wist in ieder geval wel van verstoppen, want zelfs vier paar ogen konden hem niet ontdekken in de toch niet al te grote kom. Hoe we ook zochten, hij was nergens te bekennen. Niet tussen de plantjes, niet achter het pompje, niet tussen de steentjes. We vreesden het ergste en begonnen te zoeken naast het aquarium, achter het aquarium. Totdat we hem uiteindelijk aantroffen op de grond achter de kast, waarop het aquarium stond. Zo dood als een vis.

Dat was een drama; Thijs zijn verjaardagscadeautje in het water gevallen. Van zijn vreugde was niet veel over. Om het niet op een nog groter drama te laten uitdraaien, haalden we nog diezelfde morgen een nieuwe Blub. Maar het verhaal van de verdwenen vis, mochten we tegen niemand vertellen. Dan sprongen de traantjes hem spontaan weer in de ogen.

Nog steeds kan hij minutenlang bij de kom staan. Hij volgt al hun bewegingen en als hij ze voert, ‘aait’ hij hun kopjes. Hij pronkt met hen bij zijn vriendjes en leeft zich helemaal in in de leefomgeving van de twee: ‘Ze moeten wel weer schoon water’ en ‘is het niet erg saai altijd in dezelfde kom?’ Manlief legt uit dat vissen een heel kort geheugen hebben van – zo’n pak ‘m beet – vijf seconden en dat ze dus, voordat ze hun rondje voltooid hebben, al niet meer weten dat ze daar al eerder gezwommen hebben. Die wetenschap is een hele geruststelling voor hem.

Vanmiddag zit hij weer bij zijn vissenvrienden. Dat vind ik niet vreemd. Wel het feit dat hij om de paar tellen zijn eigen naam roept: Thijs – Thijs – Thijs… ‘Wil je hen je naam leren?’, vraag ik verbaasd. Hoewel, eigenlijk verbaast het me ook niet. Hij heeft ze al eens eerder willen dresseren door te proberen hen over een pen heen te laten springen.  Nu knikt hij ook, ijverig en geconcentreerd. Dan klinkt het heel logisch: ‘Als ik om de vijf seconden mijn naam zegt, kunnen ze immers mijn naam nooit meer vergeten!’

Misschien niet eens zo’n gek idee van hem, want stel dat vissen nou toch eens zouden kunnen praten…  ze zouden genoeg stof hebben, in ieder geval.

Vind je dit leuk... deel dit
Share on Facebook
Facebook
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.