Recept voor een bijzonder kerstdiner
21 december 2015
Oma’s verrassing
26 december 2015

Een spannend kort kerstverhaal, om zelf te lezen of om voor te lezen.

Eerst sneeuwden de witte vlokjes nog bijna onzichtbaar uit de loodgrijze lucht, nu zijn ze ineens heel groot geworden. Steeds wrijft Lars met zijn mouw het beslagen raam weer helder, zodat hij goed zicht heeft op de tuin. Het lijkt alsof de vlokken tikkertje spelen, in lange rijen achter elkaar. Er ligt al een heel dik pak.
‘Ga lekker buiten spelen,’ zegt mama. Maar hij blijft staan waar hij staat.
Hij wrijft nog eens over het raam en tuurt in de richting van het konijnenhok, waar hij Sneeuwwitje weet. Hij moet goed kijken, want haar witte vachtje biedt haar nu een goede schutkleur. Dan ziet hij haar; ze huppelt vrolijk door het hok.
Afgelopen week had hij samen met papa het hok schoongemaakt en wat extra stro neergelegd. ‘Dan blijf je lekker warm, Sneeuwwitje,’ had hij gezegd.
‘Ondanks de kou is ze heel goed in staat om zichzelf warm te houden,’ zei papa. ‘Maar wat extra stro vindt ze vast fijn.’

‘Wat ben je stil,’ zegt mama. ‘En morgen is het kerstfeest. Daar kijk je toch altijd zo naar uit?’
Lars haalt zijn schouders op. Het klopt, hij heeft er geen zin in dit keer. Hij kan zich zelfs niet verheugen op de kerstviering in de kerk en op het boek dat hij dan krijgt. Hij wilde maar dat hij er niet heen hoefde. Maar dat kan niet, hij moet immers een gedichtje opzeggen. Hij heeft het helemaal uit zijn hoofd geleerd. En toch… hij wenste dat hij thuis kon blijven.

Pats… Lars schrikt op en mama ook. De restanten van een sneeuwbal glijden vlak voor zijn neus langs het raam naar beneden. Het lachende gezicht van de buurman kijkt over de schutting. Hij wenkt naar hem, maar Lars schudt nors zijn hoofd. Als de buurman nogmaals wenkt, wendt hij zich boos af.
‘Waarom doe je zo onaardig? vraagt mama verwonderd.
‘Ik heb gewoon geen zin,’ zegt hij. Hij wil mama niet zeggen dat hij de buurman een nare man vindt.

Nog maar vijf maanden geleden had Lars voor zijn negende verjaardag het allermooiste cadeautje gekregen dat hij zich maar kon wensen: een konijntje. Een spierwit konijntje.
‘Zullen we haar Sneeuwwitje noemen?’ stelde mama voor. De ogen van Lars straalden. ‘Ja, mam, dat past precies bij haar. Ze is net zo wit als sneeuw en ook zo lekker zacht.’
‘Wat een geluk dat ze niet ijskoud is, maar juist heerlijk warm.’
Trots liet hij haar aan iedereen zien. Ook aan de buurman.
‘Wat een aardig beestje,’ zei hij, terwijl hij haar over haar kopje aaide. ‘Een beste voor kerst!’
Lars begreep best wat dat betekende. Zo snel hij kon rende hij met Sneeuwwitje in zijn armen naar binnen.
‘De buurman vindt Sneeuwwitje een beste voor kerst!’ riep hij verontwaardigd tegen papa en mama.
‘Hij maakt maar een grapje. Grote mensen zeggen zulke dingen wel vaker, maar ze menen er niets van,’ stelde mama hem gerust.
‘Natuurlijk meent hij het niet,’ zei papa lachend. Maar Lars kon er niet om lachen. Stampvoetend van kwaadheid over zoveel onbegrip vluchtte hij naar boven.

Hij was het voorval bijna vergeten. Tot gisteren. Terwijl hij een puzzel maakte, luisterde hij naar de radio. Eerst leek het nog een leuk liedje, dat liedje over Flappie en zijn baasje. Het deed hem aan Sneeuwwitje denken en aan zichzelf. Aandachtig luisterde hij verder. Vlak voor kerst was Flappie verdwenen, terwijl de jongen het hok nog zo goed had dichtgedaan. Hoe hij ook zocht, hij kon haar nergens vinden. Als Sneeuwwitje zoek was, dacht Lars nog, dan zou hij er ook alles voor over hebben om haar te vinden.
Lars zette de radio wat harder om maar niets van het vervolg te missen. Had hij dat maar niet gedaan, dan had hij vast de vervelende afloop van het liedje niet gehoord. Toen de familie namelijk aan het kerstdiner zat, riep de vader vrolijk uit dat dáar dan Flappie was, geslacht en geserveerd als hoofdgerecht…
‘Wat een naar liedje is dat toch,’ zei mama, toen ze binnenkwam en ze drukte de radio uit. Maar
het was al te laat; het herinnerde hem spontaan aan de woorden van de buurman. Zie je wel, dacht hij, grote mensen zijn niet te vertrouwen. Stel je voor… stel je voor dat de buurman zijn Sneeuwwitje… Hij had immers gezegd, dat ze een beste was voor kerst. Net als Flappie…
Nu is het bijna kerst en daarom staat hij ook voor het raam. Om Sneeuwwitje en de buurman in de gaten te houden.

Die nacht doet hij geen oog dicht. Hij ligt te draaien en te woelen en staat om de haverklap op om uit het raam te kijken. In de maneschijn kan hij net het hok zien.
Mama kwam nog even binnen om hem welterusten te zeggen.
‘Wat is er toch met je aan de hand?’ vroeg ze ongerust. Hij vertelde het haar niet. Ze zou er vast weer om lachen, het misschien wel aan papa vertellen.
‘Ben je soms zenuwachtig voor de kerstviering?’
Hij knikte maar wat. Ze drukte hem een zoen op zijn voorhoofd. ‘Daar hoef je toch niet van wakker te liggen? Ga maar gauw slapen.’
Hij draait zich nog eens om. Natuurlijk maakt hij zich niet druk om het gedichtje, hij maakt zich zorgen om Sneeuwwitje. Morgenmiddag, als hij naar de kerstfeestviering gaat, moet hij haar helemaal alleen thuis laten. Hij moet iets bedenken om de buurman bij Sneeuwwitje vandaan te houden. Dan krijgt hij zomaar een geweldig plan. Een last valt van hem af en eindelijk valt hij in slaap.

Het is gezellig druk in de kerk. In de vensterbanken branden waxinelichtjes in potten die de kinderen tijdens de bijbelklas geverfd hebben. Lars kijkt of hij zijn potje kan ontdekken. Zijn ogen vliegen door de kerk. Dan stokt zijn adem. Daar zit hij: de buurman. Op de achterste bank.
‘Wat doet híj hier?’ vraagt hij boos aan mama.
Mama kijkt om. ‘Ik heb hem uitgenodigd voor de kerstfeestviering. Omdat hij eenzaam is. Hij heeft geen vrouw, geen kinderen, geen familie. Niemand.’
Het kan Lars niets schelen. Het is vast zijn eigen schuld, denkt hij. Kwaad en ongerust kijkt hij nog eens, maar de buurman heeft hem gelukkig niet gezien.
Voorzichtig schuift hij de grote rugzak, die op de grond staat, een stukje opzij en ritst de ritssluiting een beetje verder open. Twee grote ogen staren hem angstig aan. Hij steekt zijn hand in de tas en aait de donzige, witte haartjes. Sneeuwwitje piept zachtjes. Geschrokken kijkt Lars op, maar door het rumoer in de kerk is het niemand opgevallen. Hij kijkt nog eens om zich heen. Mama praat druk met haar achterbuurvrouw en papa probeert met zijn ogen dicht naar het koortje te luisteren. Ook de buurman slaat geen acht op hem.
Nog verder ritst hij de tas open. ‘Het komt goed, hoor, Sneeuwwitje,’ fluistert hij in de grote konijnenoren. Dan krijgt hij een por van mama: ‘Het gaat beginnen.’
Hij schiet overeind en concentreert zich weer op de kerstfeestviering. Voor even vergeet hij alles en geniet van de middag. Als hij Tessa op haar blokfluit hoort spelen, denkt hij pas weer aan zijn eigen optreden. Nu is het zijn beurt, als laatste. Voordat hij naar voren loopt, aait hij Sneeuwwitje. ‘Ik kom zo weer terug.’

Een kleine hapering, maar dan klinkt luid en duidelijk zijn stem door de kerk. Zonder maar een foutje te maken, draagt hij het gedichtje voor.
Even is het muisstil in de kerk, maar dan gaat het publiek staan en krijgt hij een oorverdovend applaus. Zelfs de buurman staat op en klapt hard mee. Stiekem is Lars best een beetje trots. Hij maakt een buiging. Iedereen moet lachen en dan buigt hij nogmaals.

Voldaan loopt hij terug naar zijn plek. Hij struikelt bijna over een wit bolletje in het gangpad. Het lijkt een beetje op een sneeuwbal, maar… het beweegt…
‘Sneeuwwitje!’ roept hij zomaar hardop door de kerk. Hij beseft dat hij helemaal vergeten is om de rugzak dicht te ritsen. Daarom kon ze natuurlijk ontsnappen. Hij bukt, maar ze huppelt al weg. In paniek draaft hij achter haar aan. Net als hij denkt haar te pakken te hebben, glipt ze uit zijn handen en springt onder een kerkbank door. Ze baant zich een weg langs de benen van de mensen die op de bank zitten. De moeder van Tim slaakt een gilletje als Sneeuwwitje langs haar benen kriebelt en springt pardoes bovenop de bank. Tim probeert meteen om Sneeuwwitje te pakken, maar ook hem lukt het niet. Ze rent al naar de bank erachter en zorgt ook daar voor opschudding. Er springen nog wat moeders van schrik op de banken.
Papa en mama en nog veel meer mensen en kinderen schieten hem te hulp. Maar hoe meer mensen er achter Sneeuwwitje aanrennen, hoe sneller zij zich uit de voeten maakt. Ze verstopt zich achter de zware gordijnen, om dan het podium op te rennen, waar ze meteen maar wat keutels achterlaat. Even lijkt ze zich te nestelen in het stro dat bij de kerststal ligt, maar spurt toch weer terug naar de banken. Een lange stoet van mensen trekt dwars door de kerk, op jacht naar Sneeuwwitje. Ze volgen al haar bewegingen op de voet. Het lijkt wel een spelletje en als het niet zijn konijntje was, had Lars er vast verschrikkelijk om moeten lachen. Nu staan echter de tranen hem nader.

Dan ziet hij dat ze zich in de richting van de deur begeeft. De deur staat op een kier. Sneeuwwitje bedenkt zich geen moment en schiet zo de koude wereld in. Lars rent ook naar buiten en probeert haar sporen in de sneeuw te ontdekken, maar het is al donker en het plein om de kerk is sneeuwvrij gemaakt; er is geen spoor van Sneeuwwitje te bekennen. Hij zoekt en hij zoekt. Hij roept, hij schreeuwt. ‘Sneeuwwitje, waar ben je? Waar ben je toch? Sneeuw-wit-je!’
Iedereen zoekt mee. Een half uur, misschien wel een uur. Maar nergens is een spoor van Sneeuwwitje te ontdekken. Dan gaan ze naar huis. Ook Lars. Mama heeft zijn boek, maar Lars heeft niet eens gekeken wat voor boek het is. De tranen stromen over zijn wangen.

Lars is ontroostbaar. Hij moet steeds denken aan Sneeuwwitje in de kou.
Als de bel gaat, loopt mama naar de deur.
‘Ik heb iets meegenomen,’ hoort Lars een bekende stem.
De deur zwaait open en de buurman stapt binnen. Hij heeft iets in zijn armen, iets wits. Lars schrikt, maar dan reikt de buurman hem het springlevende konijntje. ‘Dit is toch jouw Sneeuwwitje? Ik zag dropjes in de sneeuw en die leidde mij naar een heg en daaronder vond ik haar.’
Lars drukt Sneeuwwitje stevig tegen zich aan. Hij lacht door zijn tranen heen. ‘Dat zijn geen dropjes, maar keutels!’
‘Dankzij keutels én de buurman, heb jij Sneeuwwitje weer,’ lacht papa. ‘Heeft zij daar even een mooi spoor uitgezet in de sneeuw!’
‘Wat zijn uw plannen’ vraagt mama, als de buurman wil vertrekken.
Hij haalt zijn schouders op.
‘U had Sneeuwwitje beter kunnen houden,’ zegt papa. ’Een beste voor kerst!’
Ze schieten allemaal in de lach en Lars krijgt een kleur. Hij begrijpt nu wel dat papa een grapje maakt, net als de buurman destijds.

Mama pakt een extra bord en even later zitten ze met z’n vieren aan het kerstdiner. Lars schaamt zich nog steeds, maar als hij naar de buurman gluurt, vangt hij een knipoogje op.
‘Heb je zin om morgen met mij een sneeuwpop te maken?’ vraagt hij.
Lars wordt helemaal warm van binnen en knikt blij.
Hij bukt hij zich naar Sneeuwwitje, die tevreden in een doos aan een wortel knaagt.
‘Het is eigenlijk best een aardige man, Sneeuwwit. Een béste buurman,’ zegt hij zacht. Maar niet zacht genoeg en daardoor horen papa, mama en de buurman zijn woorden ook. Ze glimlachen over tafel naar elkaar.

Buiten licht de sneeuw op in het zachte licht van de maan. De ijskoude en donkere nacht doet de sterren aan de hemel extra helder schitteren.

irma@
knipoog.nu
Dit verhaal is ook in twee delen te lezen op Mijn Kerk

konijn wit sneeuw

Vind je dit leuk... deel dit
Share on Facebook
Facebook
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

2 Comments

  1. Roland Kalkman schreef:

    Prachtig verhaal, Irma!!

  2. Daan schreef:

    Leuk verhaal Irma, op de terugweg in de auto voorgelezen aan mijn vriendin(30). We hebben er allebei hard om gelachen. (maar was dat misschie om de gekke stemmetjes die ik deed bij de buurman?)
    Goed 2019( kerst2018 is alweer over)

    Groet
    Daan en Kim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.