De reddingsboei
4 april 2018
Koningsdag
27 april 2018

Het had wat voeten in de aarde, maar hij zit er in, in de bus die nu vertrekt richting Belgie. Mijn jongste zoon, op survivalkamp in de Ardennen.

Ik kan nog net een glimp van hem opvangen. Een kus of een knuffel kreeg ik niet meer. Stel je voor. Dat doe je natuurlijk niet als je in de derde van het voortgezet onderwijs zit. En gelijk heeft hij. Zwaaien doet hij wel, heel enthousiast en ik zwaai net zo enthousiast terug. Net als alle overige ouders naar hun kinderen.

Toch ben ik niet de enige die zich zorgen maakt. Hoe enthousiast de kinderen ook zwaaien, alle moeders die ik spreek hebben een lichte of zwaardere knoop in hun maag. Over het weer, over de groep, over heimwee… Moeders-eigen. Ik heb zo mijn eigen zorgen om jongste, hoewel ik gevochten heb als een leeuwin om hem met deze reis mee te krijgen.

Het begon allemaal al met de aankondiging van de ‘Derde-klassen-reis’. Als je in de derde zit, mag je namelijk een reis maken naar het buitenland en je mag zelf kiezen waarheen: naar Londen, Berlijn of naar de Ardennen. De keuze voor hem was niet moeilijk, hij moest en zou naar de Ardennen. Een stoer survivalkamp en al zijn vrienden hadden ook voor die reis gekozen.

Erg handig en verstandig vonden ze die keuze op school niet voor iemand die diabetes en coeliakie heeft. De survivalactiviteiten kosten namelijk best wat energie, waardoor je glucosewaarde makkelijk kan zakken. Voor een diabetespatient een puntje om ter dege rekening mee te houden. En ook glutenvrij eten zou een dingetje kunnen zijn. Dus raadden ze ons sterk aan om hem naar Londen te laten gaan, een minder intensieve reis. Maar daar had ons meneertje geen oren naar. Sterker nog: hij stond op zijn achterste benen. Hij moest en zou naar de Ardennen.

En, hoewel ik diep in mijn hart, hem ook veel liever naar Londen zou laten gaan, wist ik dat ik zijn keuze moest respecteren. Heel zijn leven hebben wij er immers alles aan gedaan om hem een zo’n normaal mogelijk leven te laten leiden. Wat er ook voor geregeld moest worden, wat het ons ook kostte, dat maakte niet uit. Dus moest ik nu natuurlijk niet gaan zeuren, zo sprak ik mezelf streng toe. Nee, ik zou er juist nu ook weer  alles aan doen om te zorgen dat hij mee zou kunnen naar de Ardennen. Na enige mailwisseling, goede gesprekken en afspraken met de leiding van het survivalkamp en met hem was de kogel door de kerk: hij mocht mee.

En nu is het dus zover. Hij zit in de bus, zijn hoofd vol waarschuwingen en tips (als die niet het ene oor in en het andere oor uit zijn gegaan). Zijn tas vol met schone kleding, regenkleding, laarzen en bergschoenen. De grote witte doos vol medicijnen, dextro en glutenvrije etenswaren. En ik zwaai. En ik zucht eens diep. Mijn survival zit erop, meer kan ik niet doen. Alles is geregeld en nu moet ik loslaten. Zijn survival kan beginnen en wat gun ik hem dat! Veel plezier, lieve, stoere zoon. Deze survival kun jij zeker weten aan, jij hebt immers voor veel hetere vuren gestaan!

Vind je dit leuk... deel dit
Share on Facebook
Facebook
0Share on Google+
Google+
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.