Win een ‘Zwarte Agenda’
25 september 2018
Gezellig
28 september 2018

Pas als ik vanaf ons pleintje de openbare weg wil opdraaien, zie ik het en weet ik het meteen ook weer: dit is het begin van een paar weken ellende. Al een poosje prijken er gele borden dat deze weg wordt afgesloten. De straat die naar onze wijk leidt, moet helemaal vervangen worden en die wijk heeft maar één in- en uitgang. Laat men nu, precies op het moment dat ik weg wil, pal voor die uitgang bezig zijn. En niet zo’n klein beetje… de hele straat ligt eruit en daarvoor in de plaats is een hoge zandberg verrezen. Hoe moet ik hier ooit nog wegkomen?

Net op het moment dat ik besluit om maar weer terug te gaan en mijn afspraak af te zeggen, komt er een man in fluoriserend oranje naar me toe. Het duurt niet lang voordat ik er weer door kan, verzekert hij me. Hooguit een paar minuutjes.
Mijn blik richt zich vol ongeloof van hem naar de grote berg chaos voor me. Hoe is dat ooit mogelijk? Maar hij belt al naar een collega, die een paar tellen later arriveert in een kraantje. Het zand wordt vakkundig weggeschept en de rijbaan redelijk berijdbaar gemaakt. En inderdaad, na hooguit een paar minuten wachten, wenkt de vriendelijk fluoriserende man me. Galant loopt hij voor mijn auto uit over het net geplaveide pad. Het hobbelt en bobbelt een beetje, maar ik kan er door. Aan het eind van het pad zwaait hij nog even en bedankt me zowaar voor mijn geduld.

Met een wat onwezenlijk gevoel rijd ik naar mijn afspraak, waarvan ik niet gedacht had er vandaag nog te komen. Wat een bijzondere ervaring was dat. Zoveel moeite om de bewoners zo min mogelijk overlast te bezorgen en de weg op deze manier toch open te houden. Respect voor die wegwerkers die steeds in hun werk gestoord worden door ongeduldige passanten. Deze keer had ik geen haast, maar ik neem me direct voor om deze weken mijn geduld geen één keer te verliezen en het geduld van de wegwerkers voor ogen te houden.

Dan besef ik ineens dat mijn Grote Wegwerker minstens zoveel geduld heeft met mij. Hij wil mijn vaak zo chaotische weg plaveien, zelfs als het gebarricadeerd wordt door hoge bergen, maar hoe vaak zie ik het niet? Rijd ik ongeduldig dwars door alle kuilen en hobbels heen, terwijl ik veel beter in zijn spoor kan treden? Wat een inmens geduld heeft hij, als hij mij weer eens uit de goot moet halen, omdat ik het niet alleen kan. Als ik hem dwarsboom, omdat hij alles achter zich moeten laten om mij overeind te trekken…

Als ik na een paar uurtjes mijn huis weer nader, kan ik tot mijn opluchting eenvoudig de wijk bereiken. Alles is zo goed als mogelijk aan kant gemaakt, want de mannen hebben pauze. Dik verdiend, zeker weten! Toch ben ik blij dat mijn Grote Wegwerker altijd bereikbaar is, omdat hij nooit pauzeert. Hij is waakzaam en alert en als ik niet ongeduldig en eigenwijs ben, kan ik veilig in zijn spoor de weg vervolgen.

Het lied: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen’ (naar psalm 121) gaat over die grote God, die nooit sluimert of slaapt, maar altijd alert is en met je mee gaat, hoe groot de gevaren of valkuilen ook zijn. 

Vind je dit leuk... deel dit
Share on Facebook
Facebook
0Share on Google+
Google+
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.